Edwin Feldmann

Autem vel eum iriure dolor in hendrerit in vulputate velit esse molestie consequat, vel illum dolore eu feugiat nulla facilisis at vero eros et dolore feugait

Auteurarchief %s admin

Op weg naar de service-economie

Onder het motto ‘Wij willen het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken, zodat er meer tijd overblijft voor andere zaken’ gaan steeds meer fabrikanten over van het alleen produceren van apparaten naar het leveren van diensten. ‘De klant ontzorgen’ wordt het ook wel eens in vreselijk jargon genoemd.

Een printerbedrijf begon een jaar of wat geleden al een dienst waarbij je zelf geen printers meer hoeft aan te schaffen, maar printers op centrale locaties alleen gebruikt wanneer je ze nodig hebt. De gebruiker betaalt dat een bepaald bedrag per maand, plus extra kosten voor de hoeveelheid printjes. HP heeft tegenwoordig ook dienst waarbij je inkt opgestuurd kan krijgen, als de printer constateert dat de cartridge leeg raakt.

Microsoft verkoopt tegenwoordig meer Office-software als abonnement dan de eenmalige softwarepakketten die je zelf moet installeren. En steeds meer producten kan je tegenwoordig als service afnemen. Zo kan je je fruit wekelijks aan huis of op het werk laten bezorgen in een abonnementsvorm. Kijk maar naar Odin, Maaltijdbox en soortgelijke diensten. Je kunt ook een abonnement afsluiten voor je scheermesjes en je onderbroeken en waarschijnlijk nog veel meer.

En tot mijn verbazing begint witgoedfabrikant Miele nu ook een dienst. Voortaan kun je – als je tenminste in Amsterdam woont- je wasgoed laten ophalen en laten wassen door Miele zelf.
Raar om dat juist daar te doen, denk ik dan, want juist in de grote steden zijn zoveel openbare wasruimtes, dat je zelf eigenlijk toch al niet meer een wasmachine hoeft te hebben.

Gemakkelijk

Natuurlijk beweren al die bedrijven dat ze het voor de gebruiker gemakkelijker willen maken. Leuk bedacht, maar dat is niet de enige reden. De directeur van Miele verdedigt de nieuwe dienst met het argument dat ze op deze manier ‘de consument tijd willen besparen’. “Wij willen het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om de was te doen, zodat er meer vrije tijd overblijft voor leuke dingen.”

Waar het al die bedrijven om gaat, is het creëren van trouwe klanten, terugkerende omzet en vooral het verzamelen van data. Hoe gebruiken de klanten onze producten en hoe gedragen ze zich eigenlijk? En dat al die bedrijven die informatie willen verzamelen, is eigenlijk best een gevaarlijke ontwikkeling voor onze privacy.

Privacy

Waarom zou Miele moeten weten hoe vaak je van kleding wisselt, of hoe vaak je eigenlijk de was doet? Die informatie zou ook weer interessant kunnen zijn voor kledingwinkels die heel gericht advertenties zouden kunnen tonen op basis van jouw wasgedrag.

Het mag duidelijk zijn, ik ben op dit moment nogal huiverig om dergelijke zaken uit te besteden en als ‘service’ af te nemen. Mijn printercartridge of toner bestel ik wel zelf als dat nodig is. En als mijn wasmachine de geest geeft, overweeg ik niet om geen nieuw apparaat meer te kopen omdat ik alle was ga uitbesteden. Over sommige zaken wil je als consument gewoon zelf de controle houden, nietwaar?

Google Home - Assistent

Hey Google, ga mijn huis uit

Als de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas dit jaar ergens over ging, dan was het wel over digital personal assistants, zoals Google Home en Alexa van Amazon.

Wat opvalt aan alle verslagen over de CES, is dat de aanwezigheid van –met name- Google Home nogal overheersend was. Google wil graag overal software in stoppen en kennelijk heeft het bedrijf alle pijlen gericht op de promotie van Google Home.

Je kan Google Home bijvoorbeeld gebruiken om bepaalde muziek te laten afspelen, om het weer voor te lezen of je aan een afspraak te herinneren. Je kunt hem ook als kookwekker gebruiken. Maar daarvoor schaffen we toch niet zo’n digitale huisgenoot aan?

Wat ontbreekt aan deze apparaten, is de ‘killer app’. Dus een functie of app die zó handig is of die zoveel toevoegt, dat iedereen wel zo’n apparaat wil hebben. Dat ontbreekt dus.

Privacybezwaren

Wat het succes van Google Home ook in de weg staat, zijn de privacy-bezwaren omdat Google en consorten steeds meer data over je proberen te verzamelen. Het aantal slimme apparaten groeit met de dag en al die apparaten verzamelen data over je, en die informatie kan vervolgens weer gebruikt worden om een zo compleet mogelijk profiel van de gebruiker op te bouwen. Handig om iemand die bijvoorbeeld overweegt een bepaalde aankoop te doen, op het juiste moment te kunnen bestoken met advertenties voor bepaalde producten of van bepaalde fabrikanten. Dat levert namelijk veel geld op.

Wat niet vergeten moet worden, is dat mensen alleen bereid zijn hun privacy in te leveren of te riskeren als de functies van Google Home en Alexa zó uniek of bijzonder nuttig zijn, dat ze over die bezwaren heen willen stappen.

Hoe mooi of handig ik ook bepaalde diensten van Google vind, ik heb besloten om Google juist zoveel mogelijk te vermijden. Gmail gebruik ik nog alleen nog voor het ontvangen van een aantal nieuwsbrieven, de navigatie-app Google Maps op mijn telefoon heb ik ingeruild voor een andere app (waarvoor ik gewoon betaal) en ook de zoekmachine vermijd ik. Alles om maar niet je hele leven te verkopen aan dat bedrijf uit Mountain View. Voor mij dus voorlopig geen persoonlijke digitale spraakassistent.

Is dit hoe we straks op straat internetten?

Frustratie is de motor voor creativiteit, heeft wijlen Pim Fortuyn ooit gezegd. Die uitspraak kan zo op een tegeltje, wat mij betreft.

In het buitenland heb ik me regelmatig geërgerd over het gebrek aan mogelijkheden om een wifi-netwerk te gebruiken. Kennelijk ben ik niet de enige die daar mee liep, want er is inmiddels wel iets moois voor bedacht. De Bigbelly, is een slimme straatvuilnisbak die werkt op zonneenergie en die zelf een bericht stuurt naar de gemeentelijke schoonmaakdienst als de bak vol zit. Handig, maar hij kan nog meer. De vuilnisbak kan ook dienen als wifi-hotspot zodat voorbijgangers in een straal van 30 meter kunnen internetten.

De slimme vuilnisbak is het resultaat van een samenwerking van een aantal Singaporese bedrijven. Als proef zijn er eerst een aantal van die bakken in Singapore geplaatst. Inmiddels staan er volgens de fabrikant inmiddels 23.000 stuks in meer dan 45 landen wereldwijd.

Het aanvankelijke plan was een slimme en milieuvriendelijke vuilnisbak te maken. De mogelijkheid om als wifi-hotspot te fungeren, is er later als soort bonus bijgekomen.

De bak is milieuvriendelijk en bespaart ritjes omdat er pas een vuilniswagen naartoe gaat als de bak helemaal vol is. Bovendien genereren de vuilnisbakken interessante data over wanneer waar in de stad afval wordt weggegooid. En zelfs het wifi-netwerk kan geld opleveren omdat ze advertenties naar de verbonden gebruikers versturen, in ruil voor gratis internet.

De Bigbelly is een mooi voorbeeld van hedendaagse technologie en innovatie. Waar een beetje frustratie al niet toe kan leiden…