Edwin Feldmann

Autem vel eum iriure dolor in hendrerit in vulputate velit esse molestie consequat, vel illum dolore eu feugiat nulla facilisis at vero eros et dolore feugait

Auteurarchief %s Edwin Feldmann

Missen we het Mobile World Congress?

Het zal niemand ontgaan zijn dat het Mobile World Congress (van 24 t/m 27 februari) dit jaar is geannuleerd vanwege het coronavirus. Een beslissing met verstrekkende gevolgen.

Veel exposerende bedrijven hadden waarschijnlijk al materialen en mensen gereserveerd voor de beurs en vluchten en hotels geboekt. Die moeten nu allemaal geannuleerd worden. De organisatie van het MWC, de GSM Association, schat dat de beurs in 2019 goed was voor 473 miljoen euro aan inkomsten en ongeveer 14.000 (tijdelijke) banen. Het schrappen van de beurs zal dus economisch best wel impact hebben.

Maar daarnaast is het MWC elk jaar een moment om veel nieuwe producten aan te kondigen. De fabrikanten missen dat persmomentje dit jaar. Dat is jammer voor ze want juist zo’n groot evenement waar vorig jaar 109.000 bezoekers uit 198 landen op afkwamen, is een mooie gelegenheid om je product en je nieuws onder de aandacht van zoveel journalisten en bloggers te brengen.

Normaal vliegen de persberichten over nieuwe mobieltjes en andere mobiele technologieën je om de oren tijdens deze beurs in Barcelona. Een van de bedrijven die iets nieuws wilden presenteren tijdens de beurs, hebben hun geplande productpresentatie uitgesteld. Dat is inmiddels al meerdere malen gebeurd.

Kleinere sessies

Het schrappen van het drukbezochte MWC is echter wel een kans voor de fabrikanten om hun nieuwste product heel specifiek bij bepaalde media te presenteren. Het raakt niet ondergesneeuwd in de berg met mediaberichten die tijdens de beurs wordt verspreid.

Fabrikanten zouden bijvoorbeeld een kleine expertsessie kunnen organiseren om dieper op de technologie in te gaan. Wie zijn journalisten-doelgroep goed uitkiest en een goed verhaal heeft, kan vrijwel zeker rekenen op een portie publiciteit. Een kleine expertsessie, of hoe je een dergelijke bijeenkomst ook wil noemen, heeft nog een voordeel: je kunt namelijk gemakkelijker de datum en locatie aanpassen aan de gasten. Veel redacties hebben geen tijd meer om perspresentaties bij te wonen. Het kan zomaar gebeuren dat maar een klein deel van de journalisten komt opdagen als ze voor een evenement ver voor moeten reizen en er veel tijd aan kwijt zijn. Je zou zelfs voor een webinar kunnen kiezen.

Toch presenteren

Er zijn ook bedrijven, zoals bijvoorbeeld Samsung, die hun nieuwtjes toch gewoon stap voor stap naar buiten brengen, beurs of geen beurs. Sommige bedrijven zoeken liever de publiciteit op met conceptmodel om het nieuws te halen met de allernieuwste snufjes en functionaliteiten, dan te wachten totdat het product klaar is voor productie.

Wat je strategie ook is met een aankondiging, het schrappen van het Mobile world Congress hoeft niet te betekenen dat jouw product of aankondiging totaal geen media-aandacht krijgt. Het is een kwestie van plannen en kiezen.

tv-camera

Checklist voor pers- en nieuwsberichten

Hoe zorg je ervoor dat jouw nieuws wel wordt opgepikt? Veel journalisten en redacteurs worden dagelijks bedolven onder tientallen of honderden persberichten en nieuwtjes. 

Gebrek aan tijd is ongeveer de enige constante op veel redacties. Veel journalisten moeten nieuws publiceren voor meerdere kanalen. Als redacteur voor een magazine of krant, moet je nu bijvoorbeeld vaak ook de webredactie onderhouden en als je een beetje pech hebt ook nog social media.

Dat verhoogt de druk op de journalisten en daardoor blijft er steeds minder tijd over voor eigen nieuwsgaring. Een goedgeschreven persbericht maakt daarom een grotere kans om opgepikt te worden door de journalist, dan een slecht geschreven pers- of nieuwsbericht of een bericht waarin je het nieuws moet gaan zoeken. Daarom geef ik hieronder een aantal punten die belangrijk zijn voor het schrijven van een goed nieuws- of persbericht. 

5W’s en de H

Als journalist leer je dat je bericht altijd een aantal basisvragen moet beantwoorden: de zogenaamde 5W’s en de H. Deze staan voor de vragen: Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom en Hoe? Ontbreekt een van die antwoorden in het bericht, dan wordt het bericht minder duidelijk en je wilt natuurlijk niet dat je bericht opzij wordt gelegd omdat er bepaalde informatie niet instaat. Journalisten hebben geen tijd om alles na te bellen en na te vragen, dus als er informatie in een bericht ontbreekt, vergroot je de kans dat het in de prullenbak belandt.

Vergeet de datum niet

Wie een nieuwsbericht onder de aandacht van journalisten wil brengen, moet ervoor zorgen dat het bericht altijd voorzien is van een datum en plaatsnaam, bijvoorbeeld de plaats van het bedrijf of de plaats waar iets is gebeurd. Dan ziet de journalist in één oogopslag of het bericht actueel is en waar het speelt.

Een goed kop

Een van de belangrijkste criteria om een bericht onder de aandacht te krijgen, is de kop van het nieuws- of persbericht. Omdat ik hier heel lang over kan uitweiden, kom ik daar in een later blog op terug. Het is in ieder geval een doodzonde om de volledige kop in KAPITALEN te zetten. Niets is zo irritant als een bericht vol hoofdletters en uitroeptekens. Het komt schreeuwerig over en doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van je bericht.

Contactadres

En zelfs als het bericht volledig is, hebben journalisten vaak nog aanvullende vragen. Zorg er daarom voor dat er altijd contactgegevens onderaan het bericht staan. Een goede journalist zal je ook zonder die contactgegevens wel vinden, maar als je publiciteit probeert te krijgen, is het beter om het de journalist zo eenvoudig mogelijk te maken.

Heb je moeite met het schrijven van een nieuws- of persbericht? Vraag dan de hulp in van een professional, bel 020-700 9482 en kijk of Edwin je kan helpen.

Webwinkel Vakdagen

Het eenzijdige beeld van de Webwinkel Vakdagen

De Webwinkel Vakdagen is een beurs die elk jaar weer een groot aantal bezoekers trekt. Dit jaar is dat niet anders. Wel opvallend dit jaar is de enorme overheersing van e-mailmarketingbedrijven.

Op editie 2020 van de Webwinkel Vakdagen struikel je zo ongeveer over de hoeveelheid e-mailmarketingbedrijven. Zij willen -kort door de bocht- het liefst dat je je klanten onderwerpt aan een stroom van nieuwsbrieven, in de hoop meer te kunnen verkopen. Er staan zoveel partijen op de beurs dat het lastig wordt je te onderscheiden met een e-mailmarketingplatform.

Bovendien lijkt op de beurs vooral de techniek van e-mailmarketing benadrukt te worden, terwijl het zou moeten gaan over de inhoud. Wat zou je als eigenaar van een webshop naar je klanten willen versturen? Zijn dat alleen maar aanbiedingen of ook goede verhalen en tips waar de klant iets meer kan?

Het gaat niet alleen om de prijs

Door interessante verhalen op een blog te delen, worden nieuwsbrieven aantrekkelijker voor de ontvanger. Ook neemt daarmee de kans op conversie toe. Het gaat op internet namelijk niet alleen om de laagste prijs. De service erom heen en het imago van een partij, speelt ook een belangrijke rol. Vraag jezelf maar eens af waarom je wel bij Coolblue koopt, maar niet bij Wehkamp of Blokker?

Met relevante blogs die meer zijn dan alleen verkooppraatjes, kunnen webshops meer klanten naar zich toe trekken. Ze bouwen autoriteit op en laten zien dat ze kennis van zaken hebben door te schrijven over allerlei relevante onderwerpen. Een aardig voorbeeld is koffievoordeel.nl die in een kort artikeltje vertelt dat je koffiedik nog voor van alles en nog wat kunt gebruiken. Leuk om te lezen en wellicht kiezen lezers ervoor om ook eens in de webshop rond te kijken en iets te bestellen.

Beland niet in de prullenmand

Ik zelf ontvang dagelijks veel te veel e-mails van webwinkels. Als de hoeveelheid te groot wordt, schrijf je je voor nieuwsbrieven uit of de mails verdwijnen ongezien in je prullenbak. Dat wil je als webwinkel natuurlijk niet.

Zorg daarom voor een niet te hoge frequentie (zeker niet meer dan 1x per week) en verstuur nieuwsbrieven alleen naar mensen die zich echt expliciet ervoor hebben aangemeld via een dubbele opt-in.

Wilt u ook uw bedrijf meer op een voetstuk zetten met behulp van blogs en nieuwsbrieven? Informeer dan eens via contact@edwinf.nl of bel 020- 700 9482.

iPhone in hand

Beveiligingsexperts verbaasd over advies van Bitdefender

IT-beveiliger Bitdefender heeft kritiek gehad op een tweet waarin werd opgeroepen om tweestaps authenticatie per sms uit te zetten. Het ging om een misverstand, zo legt het bedrijf uit.

Bitdefender heeft vooral van Twitteraars veel kritiek gekregen na de publicatie van een artikel op het Bitdefender weblog Hotforsecurity waarin werd geadviseerd om tweestaps authenticatie per sms (2FA sms) uit te zetten.

In een artikel betoogde Bitdefender dat de vijf grootste telecomoperators in de VS geen goede beveiliging hebben om SIM swapping te voorkomen. Bij SIM-swapping belt een cybercrimineel de telecomprovider van het slachtoffer op en overtuigt hij een medewerker om het 06-nummer over te zetten naar een andere simkaart, die niet geheel toevallig in het bezit is van de cybercrimineel. Om deze manier van misbruik te voorkomen zouden gebruikers geen sms-bericht ter verificatie moeten gebruiken, maar een andere vorm van meervoudige authenticatie.

Alleen werd die laatste toevoeging pas verderop in het artikel genoemd en niet in de korte tekst die op Twitter werd gedeeld. Daardoor leek het alsof Bitdefender mensen adviseerde om helemaal te stoppen met 2FA sms. Dat was natuurlijk niet de bedoeling, communiceerde het bedrijf naderhand op Twitter. “2FA sms is beter dan helemaal geen beveiliging, maar als gebruikers de keuze hebben, kunnen ze beter kiezen voor een andere manier van meervoudige authenticatie”, nuanceerde Bitdefender.

Onnodige verwarring

De verwarring die hier is ontstaan, wordt mede veroorzaakt door een onduidelijke of slecht geredigeerde tekst voor social media. Dit was uiteraard te voorkomen geweest. Anderzijds heeft Bitdefender wel veel aandacht gekregen bij veel Twitteraars. Of zij hierna een positief beeld hebben van Bitdefender, valt te bezien.
Besteed daarom extra aandacht aan de boodschap die je via social media de wereld in slingert.

Leugens en nepnieuws van een online gokbedrijf

Online gokken is een soort Wilde Westen van het internet. De bedrijven zijn vaak schimmig en in de strijd om geld te verdienen wordt geen enkel middel geschuwd.

Vroeger werd mij al geleerd dat je niet alles moet geloven wat in de krant staat. Voor internet geldt dat al helemaal. Zelfs op professioneel ogende websites worden we soms voorgelogen. Een duidelijk voorbeeld is goksite Magic Red.

Magic Red is een online goksite die nepnieuws verspreidt om meer bezoekers – en dus meer betalende online spelers – te krijgen. De Google-advertenties van Magic Red verschijnenen onder meer op Amerikaanse websites zoals Techrepublic met nieuwskoppen van nepartikelen.

Zo zou op de verzonnen website ‘Finance Times’ een artikel staan over de Nederlandse directeur van Magic Red, Kevin Boehm, die ontslagen zou zijn na een fout die uiteraard in het voordeel van een gokker uitviel.

Zo’n nepartikel is op zich uiteraard al heel kwalijk, maar daar komt bij dat het bedrijf zich presenteert als beursgenoteerd met tickercode MGCINC. Klopt niets van.

Ook in Libanon

Wat het extra opvallend maakt, is dat die zelfde ‘Kevin Boehm’ in 2018 nog opdook als CEO van Magic Red in Libanon. Toen was het bedrijf aan de New York Stock Exchange genoteerd (tickercode MRCAS). Allemaal bullshit.

Uiteindelijk gaan alle links via omwegen naar magicred.com. Het bedrijf dat erachter zit, is het in Malta gevestigde Aspire Global International. En dat bedrijf heeft nog veel meer domeinnamen (nog 70!) die met online gokken te maken hebben.

Ik vind het echt een schande dat er partijen zijn die op deze manier leugens verspreiden en ‘adverteren’. En dat Google daar ook nog geld aan verdient, door die advertenties te tonen, maakt het imago van Google, wat mij betreft, nog veel slechter dan het als was.

Helder communiceren bij een ransomware-besmetting

Veel organisaties die te maken krijgen met cybercriminaliteit lopen hier niet mee te koop, doorgaans vanwege de angst voor reputatieschade en negatieve publiciteit. Maar juist bij een cyberincident is het goed om helder en veelvuldig te blijven communiceren. Een goed voorbeeld daarvan is de universiteit van Maastricht die net voor de kerst het slachtoffer werd van ransomware.Meer lezen

Op weg naar de service-economie

Onder het motto ‘Wij willen het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken, zodat er meer tijd overblijft voor andere zaken’ gaan steeds meer fabrikanten over van het alleen produceren van apparaten naar het leveren van diensten. ‘De klant ontzorgen’ wordt het ook wel eens in vreselijk jargon genoemd.

Een printerbedrijf begon een jaar of wat geleden al een dienst waarbij je zelf geen printers meer hoeft aan te schaffen, maar printers op centrale locaties alleen gebruikt wanneer je ze nodig hebt. De gebruiker betaalt dat een bepaald bedrag per maand, plus extra kosten voor de hoeveelheid printjes. HP heeft tegenwoordig ook dienst waarbij je inkt opgestuurd kan krijgen, als de printer constateert dat de cartridge leeg raakt.

Microsoft verkoopt tegenwoordig meer Office-software als abonnement dan de eenmalige softwarepakketten die je zelf moet installeren. En steeds meer producten kan je tegenwoordig als service afnemen. Zo kan je je fruit wekelijks aan huis of op het werk laten bezorgen in een abonnementsvorm. Kijk maar naar Odin, Maaltijdbox en soortgelijke diensten. Je kunt ook een abonnement afsluiten voor je scheermesjes en je onderbroeken en waarschijnlijk nog veel meer.

En tot mijn verbazing begint witgoedfabrikant Miele nu ook een dienst. Voortaan kun je – als je tenminste in Amsterdam woont- je wasgoed laten ophalen en laten wassen door Miele zelf.
Raar om dat juist daar te doen, denk ik dan, want juist in de grote steden zijn zoveel openbare wasruimtes, dat je zelf eigenlijk toch al niet meer een wasmachine hoeft te hebben.

Gemakkelijk

Natuurlijk beweren al die bedrijven dat ze het voor de gebruiker gemakkelijker willen maken. Leuk bedacht, maar dat is niet de enige reden. De directeur van Miele verdedigt de nieuwe dienst met het argument dat ze op deze manier ‘de consument tijd willen besparen’. “Wij willen het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om de was te doen, zodat er meer vrije tijd overblijft voor leuke dingen.”

Waar het al die bedrijven om gaat, is het creëren van trouwe klanten, terugkerende omzet en vooral het verzamelen van data. Hoe gebruiken de klanten onze producten en hoe gedragen ze zich eigenlijk? En dat al die bedrijven die informatie willen verzamelen, is eigenlijk best een gevaarlijke ontwikkeling voor onze privacy.

Privacy

Waarom zou Miele moeten weten hoe vaak je van kleding wisselt, of hoe vaak je eigenlijk de was doet? Die informatie zou ook weer interessant kunnen zijn voor kledingwinkels die heel gericht advertenties zouden kunnen tonen op basis van jouw wasgedrag.

Het mag duidelijk zijn, ik ben op dit moment nogal huiverig om dergelijke zaken uit te besteden en als ‘service’ af te nemen. Mijn printercartridge of toner bestel ik wel zelf als dat nodig is. En als mijn wasmachine de geest geeft, overweeg ik niet om geen nieuw apparaat meer te kopen omdat ik alle was ga uitbesteden. Over sommige zaken wil je als consument gewoon zelf de controle houden, nietwaar?

Google Home - Assistent

Hey Google, ga mijn huis uit

Als de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas dit jaar ergens over ging, dan was het wel over digital personal assistants, zoals Google Home en Alexa van Amazon.

Wat opvalt aan alle verslagen over de CES, is dat de aanwezigheid van –met name- Google Home nogal overheersend was. Google wil graag overal software in stoppen en kennelijk heeft het bedrijf alle pijlen gericht op de promotie van Google Home.

Je kan Google Home bijvoorbeeld gebruiken om bepaalde muziek te laten afspelen, om het weer voor te lezen of je aan een afspraak te herinneren. Je kunt hem ook als kookwekker gebruiken. Maar daarvoor schaffen we toch niet zo’n digitale huisgenoot aan?

Wat ontbreekt aan deze apparaten, is de ‘killer app’. Dus een functie of app die zó handig is of die zoveel toevoegt, dat iedereen wel zo’n apparaat wil hebben. Dat ontbreekt dus.

Privacybezwaren

Wat het succes van Google Home ook in de weg staat, zijn de privacybezwaren omdat Google en consorten steeds meer data over je proberen te verzamelen. Het aantal slimme apparaten groeit met de dag en al die apparaten verzamelen data over je, en die informatie kan vervolgens weer gebruikt worden om een zo compleet mogelijk profiel van de gebruiker op te bouwen. Handig om iemand die bijvoorbeeld overweegt een bepaalde aankoop te doen, op het juiste moment te kunnen bestoken met advertenties voor bepaalde producten of van bepaalde fabrikanten. Dat levert namelijk veel geld op.

Wat niet vergeten moet worden, is dat mensen alleen bereid zijn hun privacy in te leveren of te riskeren als de functies van Google Home en Alexa zó uniek of bijzonder nuttig zijn, dat ze over die bezwaren heen willen stappen.

Hoe mooi of handig ik ook bepaalde diensten van Google vind, ik heb besloten om Google juist zoveel mogelijk te vermijden. Gmail gebruik ik nog alleen nog voor het ontvangen van een aantal nieuwsbrieven, de navigatie-app Google Maps op mijn telefoon heb ik ingeruild voor een andere app (waarvoor ik gewoon betaal) en ook de zoekmachine vermijd ik. Alles om maar niet je hele leven te verkopen aan dat bedrijf uit Mountain View. Voor mij dus voorlopig geen persoonlijke digitale spraakassistent.

Is dit hoe we straks op straat internetten?

Frustratie is de motor voor creativiteit, heeft wijlen Pim Fortuyn ooit gezegd. Die uitspraak kan zo op een tegeltje, wat mij betreft.

In het buitenland heb ik me regelmatig geërgerd over het gebrek aan mogelijkheden om een wifi-netwerk te gebruiken. Kennelijk ben ik niet de enige die daar mee liep, want er is inmiddels wel iets moois voor bedacht. De Bigbelly, is een slimme straatvuilnisbak die werkt op zonneenergie en die zelf een bericht stuurt naar de gemeentelijke schoonmaakdienst als de bak vol zit. Handig, maar hij kan nog meer. De vuilnisbak kan ook dienen als wifi-hotspot zodat voorbijgangers in een straal van 30 meter kunnen internetten.

De slimme vuilnisbak is het resultaat van een samenwerking van een aantal Singaporese bedrijven. Als proef zijn er eerst een aantal van die bakken in Singapore geplaatst. Inmiddels staan er volgens de fabrikant inmiddels 23.000 stuks in meer dan 45 landen wereldwijd.

Het aanvankelijke plan was een slimme en milieuvriendelijke vuilnisbak te maken. De mogelijkheid om als wifi-hotspot te fungeren, is er later als soort bonus bijgekomen.

De bak is milieuvriendelijk en bespaart ritjes omdat er pas een vuilniswagen naartoe gaat als de bak helemaal vol is. Bovendien genereren de vuilnisbakken interessante data over wanneer waar in de stad afval wordt weggegooid. En zelfs het wifi-netwerk kan geld opleveren omdat ze advertenties naar de verbonden gebruikers versturen, in ruil voor gratis internet.

De Bigbelly is een mooi voorbeeld van hedendaagse technologie en innovatie. Waar een beetje frustratie al niet toe kan leiden…